Hoewel als experiment ontstaan, bleken deze werken van in totaal een minuut of zes erg goed te functioneren. Ze zijn tonaal en in vrije stijl. Het Ave Maria is schraal van klank en kenmerkt zich door heldere, open klanken. Het Tota pulchra es is vele malen warmer en wat wolliger van sfeer. In het Felix namque es keert de klank terug naar de schrale sfeer van het Ave Maria, maar kent ook een element van strenge ongeduldigheid. Alle drie werken zijn toegankelijk voor zowel de uitvoerenden als de luisteraars door herkenbare vorm en duidelijke thematische verwerking. De werken zijn in november 2009 geschreven en tweemaal uitgevoerd.
terugZonder twijfel is het Stabat Mater het grootste compositieproject dat ik gedaan heb. Het werk moest in vijf repetities worden ingestudeerd. Ik heb daarom enkele keuzes anders gemaakt, dan ik met vrije hand zou doen. Desondanks werd het een kluif van een werk. Toch heeft Vrouwenkoor Vocamuze zich kranig geweerd en klonk het resultaat op de première in maart 2009 overtuigend. Mijn dank gaat dan ook uit naar het koor en hun dirigent Dennis Vallenduuk. Om niet meer dan vijf delen te krijgen heb ik coupletten samengevoegd, die in mijn ogen een eenheid vormen. Zo is het eerste deel geschreven vanuit het perspectief van de wenende Maria, het tweede deel vanuit onszelf en onze relatie met de gemartelde Jezus, het derde deel vanuit de joelende menigte rondom het kruis. Delen vier en vijf zijn anders van intentie, in die zin dat ze niet meer gaan over de gebeurtenissen rondom de kruisiging. Respectievelijk gaan ze over de etherische kant van het geloof en over de redding uit de vlammen van de dag des oordeels.
terugDeze werken zijn geschreven in opdracht van de PKN ter gelegenheid van de Studiedagen voor Liturgie en Kerkmuziek in 2008. Helaas is tijdens die dagen slechts het Nunc Dimittis uitgevoerd, het Magnificat bleek toch te moeilijk voor die korte tijd. Voor mij een belangrijke ervaring in het 'passend' schrijven voor specifieke groepen uitvoerenden. Toch ben ik zeker niet ontevreden over het resultaat. Overigens is de tekst van beide werken Nederlands, ondanks de titel. Het Magnificat is een driedelig opgezet stuk, waarbij de buitendelen in minimal-sfeer zijn opgezet. Ritmisch contrast tussen twee- en driedeligheid is in deze gedeeltes de leiddraad. Het middendeel is gefocust op het koor. Het orgel speelt in deze gedeeltes een stevige, beetje opdringerige baslijn. De koorpartij is hier, in tegenstelling tot de buitendelen, helemaal op de tekst geörienteerd. Het Nunc Dimittis is een ander verhaal. In dit werk lukte het me voor het eerst een voor mij geheel nieuwe klankwereld te openen. Het werk is m.i. zeer goed uitvoerbaar als men aan deze klanken gewend raakt.
terug
Ontstaan als delen 1, 2 en 4 uit 'Vier liederen van Henri Grijmans'. Het effect van het drieluik bleek echter van dergelijke eenheid te zijn dat ik besloot deel drie, waarvan de tekst al klaar lag, niet toe te voegen. Het gaat om de gedichten 'Soms', 'Wat was' en 'Het is zwart'. Henri Grijmans was (naast een Raaltens kunstenaar en schrijver) een oom van me. Hij overleed in het jaar 2000; het op muziek zetten van deze gedichten was dan ook niet in eerste instantie voor het publiek of voor mezelf.
De gedichten werden in 2007 met orgel ter gehore gebracht. Eind november 2009 nogmaals, maar nu met piano. Na enige aanpassing bleken de begeleidingen daarop ook erg mooi tot hun recht te komen.